Nieuws

Kievietkerk 17 maart 2019

10.00 uur ds. Jilles de Klerk

De kerkdienst in de Kievietkerk staat in het teken van de poëzie van de dichter Willem Jan Otten. Het is de achtste keer dat zo’n poëziedienst in Wassenaar wordt gehouden en inmiddels een mooie traditie. Marthe de Vries en Kees Mos, collegae die net als ik de laatste jaren één keer per jaar een poëziedienst hielden, namen onlangs afscheid van Wassenaar. Dat is echter geen reden om deze goede traditie niet voort te zetten. Daarvoor is het project ‘Dichter bij het geheim’ te mooi. Het geeft me ieder jaar weer veel inspiratie.  Dit jaar heb ik gekozen voor twee gedichten van de dichter Willem Jan Otten (1951). Hij is naast dichter, schrijver van romans, essays en toneelstukken. In 2005 won Otten de Libris Literatuurprijs en in 2014 de P.C. Hooftprijs. Hij baarde opzien door zich in de jaren negentig te bekeren en lid te worden van de Roomskatholieke Kerk. Zelf zag hij dit overigens niet als een breuk  met thema’s die hij daarvoor al in zijn gedichten en boeken aanroerde. Maar opzienbarend was het natuurlijk wel en er kwam scherpe kritiek op van collega’s als Maarten ’t Hart en Rudy Kousbroek. De poëzie van Willem Jan Otten is verhalend en anekdotisch. Er gebeurt iets in zijn gedichten. Zo ook in de twee gedichten die voor deze kerkdienst zijn uitgekozen: ‘Op de hoge’ (dat vindt u hieronder) en ‘Wederkomst te Basel’ (waarin de dode Christus op een schilderij van Holbein tot leven komt). In de kerkdienst wordt kort ingegaan op de persoon en het werk van Willem Jan Otten. De gedichten worden gelezen en omgeven door passende liederen. De bijbeltekst komt uit Paulus’ brief aan de gemeente in Korinthe. Hij zegt hen dat de dwaasheid van God wijzer is dan de wijsheid van de wereld. Geloven in Jezus Christus ligt met andere woorden niet in het verlengde van wat we uit onszelf aan wijsheid opdiepen. Het vraagt om een sprong. Een sprong in het diepe. Om die sprong gaat het in het gedicht ‘Op de hoge’ van Willem Jan Otten. U hoort het zondagmorgen in de kerk. Met de gedachten die het gedicht zoal bij mij opriep.  

‘Op de Hoge’

Liep augustus op zijn einde,
sloot de badmeester de hokjes af,
fietste neuriënd september in.

Niemand was er dan ook bij
dat ik de plank betrad. Ik was
geblinddoekt als een deserteur.

Dit zijn de stappen bang bang bang.
In het Bospad op de hoge
zweet men peentjes bangverlang.

De zon stond even laag als ik en stond
op punt van zakken in de grond.
Wie mij naar boven had gebracht?

Ach mijn lief. En ik wist: morgen
word ik wakker maar ontkomen
kan ik niet. Uit de schoonspringdroom

ontwaakt men met de schoonspringdroom.
Ik wist: ik maak ze nu dan dus.
De aanstalten. Ik sta precies

zo hoog als nodig om bevreesd te zijn.
Dit is de toegedachte afstand tot
het lussenwevend water doopselzacht.

Het heeft me altijd opgewacht -
maar waarom vrees ik dan ineens het bad
alsof het heel snel leeggelopen is?

Dat zo ik sprong – ik wil, ik wil -
ik vallen zou en niets mij ving?

(Uit: Op de hoge, gedichten 1998-2003) ]

 

 

Geplaatst op donderdag 14 maart 2019

Meer actueel nieuws

Zie ook het nieuwsarchief.

Uitgelicht

Speciale gezinsochtenddiensten in 2019

Activiteiten

Zoeken

Contact opnemen

Kerkelijk Bureau
Schoolstraat 4
2242 KH Wassenaar

T: 070-5114068
F: 070-5177813
E: info@pkn-wassenaar.nl